RECENTE REACTIES
VOLG MIJ
logo
De neoliberale visie op de economie is bekend: laat de markt vrij. Maar het neoliberalisme is meer dan een economische theorie. Ons wordt een nieuw mensbeeld opgedrongen. Competitie, concurrentie en eigen verantwoordelijkheid zijn de sleuteltermen.
“Jij bent je eigen merk.” Allemaal concurreren op de vrije markt
Wall Street Bull     Foto: Canaidú, Panoramio
O
p 15 december 1989 stond hij daar ineens: een bronzen, 3200 kilo wegende, woest ogende stier voor de ingang van het beursgebouw op Wall Street. De sculptuur van de Italiaans-Amerikaanse kunstenaar Arturo di Modica was bedoeld als kerstcadeau voor de inwoners van New York. In het oude Egypte en Mesopotamië werd de stier vereerd als symbool van macht, vruchtbaarheid en goddelijkheid. In de moderne tijd is de ontketende stier synoniem aan stijgende beurskoersen.
De Wall Street Bull is tegelijkertijd een beeld voor de verwoestende en destructieve kracht van het parasitaire kapitalisme. De grote spelers op de markt worden sinds de jaren ’80 steeds minder beteugeld door wetten en regels. De gevolgen worden steeds zichtbaarder. De uitbuiting in de Westerse landen neemt toe: de lonen stagneren en de werkzekerheid neemt af. De werkloosheid is al lange tijd erg hoog en een bestaansminimum is niet meer gegarandeerd.
Zie mijn artikel Werk↓ op deze website
Bekijkenpingback

De Lange Mars, 1 juli 2014 einde basisrecht op voeding en onderdak, 27/11/2013
Bekijkenpingback

We kampen met alsmaar hogere schuldenlasten.
In de beginjaren van het kapitalisme werd op de woorden van Adam Smith vertrouwd: als iedereen zijn eigen belang najaagt worden we daar uiteindelijk allemaal beter van. De Grote Depressie in de dertiger jaren maakte een einde aan deze optimistische gedachte. Het laissez-faire-kapitalisme had tot een extreme werkloosheid en enorme inkomensverschillen geleid.
In die tijd ontstonden vakbonden en socialistische en communistische partijen, die de rechten van werknemers bevochten. Volgens de econoom John Maynard Keynes (1883-1946) is er geen afzetmarkt voor de spullen die geproduceerd worden als werknemers geen of weinig inkomen hebben. Zo komt de economie in een neerwaartse spiraal. Hij pleitte voor overheidsbestedingen om banen te creëren. Als werknemers meer te besteden hebben komt dat de hele economie ten goede. De overheid is vanaf dat moment een belangrijke rol gaan spelen in de economie. Het beleid was gericht op volledige werkgelegenheid, het kapitalisme werd aan banden gelegd en werknemers werden via wetgeving en een sociaal stelsel beschermd.
President Roosevelt kwam in de VS al in 1933 en 1934 met een heel pakket aan maatregelen, samengevat als de New Deal.
Maarten van Rossum, Kapitalisme zonder remmen (2011), p. 15-7
In Nederland werd een vergelijkbare wetgeving pas later ingevoerd. De werkloosheidsverzekering werd in 1949 aangenomen, de algemene bijstandswet in 1963 en de wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in 1967.
Abram de Swaan, Zorg en de staat (2004), p. 222-3
Bekijkenpingback

Zie ook WRR, De verzorgingsstaat herwogen (2006)
Bekijkenpingback

Het minimumloon werd in 1968 ingevoerd. Evenals in de VS werden ook hier de banken gereguleerd: spaarbanken mochten niet langer speculeren met het geld van hun klanten, ook mochten ze geen verzekeringen verkopen, valutahandel was verboden en investeren in het buitenland kon alleen onder voorwaarden.
Andere tijden, Geld in overvloed:hoe bankiers hun hand overspeelden (2009) ---
Bekijkenpingback
Neoliberalisme als economische theorie
Tot de jaren ’70 was het keynesiaanse beleid succesvol. Daarna begon het bedrijfsleven te protesteren, want de winstgevendheid liep terug. Met een beschuldigende vinger werd naar de werknemers gewezen: hun loon zou te hoog geworden zijn. In die tijd kwam het neoliberalisme op, de ideologische stroming waar we nu nog steeds mee te maken hebben. De Britse marxist Chris Harman stelt dat het neoliberalisme niks anders is dan de herrijzenis van het laissez-faire-kapitalisme dat tot de grote crisis van de jaren ’30 dominant was.
Chris Harman, Theorizing Neoliberalism (2008), p.5
Het neoliberalisme verwerpt de theorie van Keynes: de overheid moet zich niet bemoeien met de economie. De markt moet juist totaal vrij worden gelaten.
De neoliberale theorie werd ontwikkeld binnen de Mont Pèlerin society die in 1947 door Hayek werd opgericht. Deze groep bestond uit 40 denkers –waaronder historici, filosofen en economen- en groeide uit tot één van de belangrijkste denktanks van de 20e eeuw. Staatsinterventie werd door de Mont Pèlerin society als een verstorende factor voor het economisch proces gezien. Als de vrije markt maar echt vrij gelaten wordt, zal het ons steeds beter gaan.
De Mont Pèlerin society was in het begin diep verdeeld over het belang van een volledig vrije markt. Men maakte zich bezorgd over de morele en sociale consequenties. Pas in de jaren ’60 en ’70 onder het voorzitterschap van Milton Friedman werd het idee van de vrije markt gepromoot. Angus Burgin, The Great Persuasion (2012)
Bekijkenpingback
Niet alleen economisch, maar ook politiek, want zonder vrije markt geen politieke vrijheid. Een vrije samenleving kan niet bestaan zonder een vrije markt, en een vrije markt kan niet bestaan zonder een vrije samenleving. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Centrale planning en bemoeizucht door de overheid lopen uit op dwang en dictatuur, zo was hun overtuiging.
Maarten van Rossum, Kapitalisme zonder remmen (2011), p. 45-6
Op het moment dat de Mont Pèlerin society de neoliberale ideologie uitdokterde, was de samenleving er nog niet klaar voor. Maar toen in de jaren ’70 de economische groei terugliep, kregen beleidsmakers er oren naar. Steeds meer politici in de westerse wereld adopteerden de visie van Hayek en Friedman.
"Friedman deed er alles aan zijn ideeën aan de man te brengen. Lezingen, opiniestukken, radio- en televisieoptredens, populair geschreven boeken en ook een documentaire behoorden tot zijn repertoire. (…) De opkomst van het neoliberalisme verliep als een estafette: de denktanks gaven het stokje door aan de journalisten, die het weer doorgaven aan de politiek. Onder de bekeerlingen bevonden zich de machtigste leiders van het Westen: Margaret Thatcher en Ronald Reagan.” Rutger Bregman, Hoe ideeën de wereld veranderen, De Correspondent plm. 01/05/14
Bekijkenpingback
Ronald Reagan in de VS en Margareth Thatcher in Engeland dereguleerden de markten in recordtempo. Daarbij werd de macht van de vakbonden met harde hand bestreden.
Terwijl werknemers hard werden aangepakt, kregen banken en multinationals steeds meer ruimte
In 1985 brak Margareth Thatcher het verzet van de mijnwerkersvakbond, de grootste en machtigste vakbond van het land. Van te voren had zij hiervoor een minitieus plan uitgewerkt: voorraadvorming van kolen om de stakingstijd te overbruggen, verruiming van de bevoegdheden van de politie om snel in te kunnen grijpen als stakende mijnwerkers werkwilligen wilden tegenhouden, aanscherping van de bijstandsregels zodat vrouwen en kinderen van de stakende mijnwerkers daar geen aanspraak op konden maken. Haar masterplan had succes: niet alleen de mijnwerkersvakbond was verslagen, ook de andere vakbonden leden onder de nederlaag. Het stakingswapen was niet langer effectief.
Tiny Kox, Thatcher wilde niet buigen, dus moest de bond barsten, SP Spanning 02/10
Bekijkenpingback
Ronald Reagan ging zo mogelijk nog voortvarender te werk. In 1981 ontsloeg hij alle leden van de vakbond van de luchtverkeersleiding omdat ze in staking waren gegaan. Reagan verklaarde hun vakbond illegaal. Het bericht ging als een schokgolf door de werkende bevolking. Mensen werden bang en durfden niet meer te staken. Terwijl werknemers hard werden aangepakt, kregen banken en multinationals steeds meer ruimte. De regering Reagan voerde de ene na de andere deregulering door.
Michael Moore, Vijf augustus 30 jaar geleden: de dag dat de middenklasse stierf, De Wereld Morgen 08/08/11
Bekijkenpingback
Margaret Thatcher en Ronald Reagan
Foto: Robert Huffstutter, Flickr CC BY-NC 2.0
In Nederland voerden de kabinetten Lubbers en de paarse kabinetten voor het eerst een neoliberaal beleid, zonder dat dit expliciet benoemd werd. Het neoliberale denken drong ongemerkt door.
Willem Visser, Neoliberalisme – Vrije markt of bestraffende staat? Sargasso 03/01/14
Bekijkenpingback
Publieke organisaties werden geprivatiseerd, de arbeidsmarkt werd geflexibiliseerd en de belastingen voor bedrijven en hogere inkomens werden verlaagd. De regels voor het bankwezen werden losser gemaakt. Valutahandel werd toegestaan en de scheiding tussen spaarbank en zakenbank werd opgeheven.
Banken gingen vanaf dat moment handelen in effecten en andere financiële producten. Niet alleen voor hun klanten, maar ook voor eigen rekening. De buffers die banken moesten aanhouden werden verlaagd en handel over de landsgrenzen werd gedereguleerd. Andere tijden, Geld in overvloed:hoe bankiers hun hand overspeelden (2009)
Bekijkenpingback
De arbeidswetgeving, de sociale zekerheid en de regulering van het bedrijfsleven die in de jaren na de oorlog waren ingevoerd om de burgers te beschermen, worden vanaf de jaren ’80 stukje bij beetje afgebroken.
De overheid honoreerde de wens van bedrijven om minder winstbelasting te hoeven betalen.
De belasting die grote bedrijven moeten betalen, de vennootschapsbelasting, is de afgelopen jaren telkens verder gedaald. In de jaren ’50 tot en met ’80 was de winstbelasting 48%. Tot 2006 was het tarief nog 30% en nu is het gedaald naar 25,5%. Over financieringswinsten hoeven bedrijven sinds 2007 nog maar 5% vennootschapsbelasting te betalen. Flip de Kam, Wie betaalt de staat?, p. 194-5. Lees het stuk over Armoede, kopje Vennootschapsbelasting op deze website
Bekijkenpingback
Tegelijkertijd werden de lonen van werknemers bevroren. In 1982 werd het akkoord van Wassenaar gesloten tussen de werkgevers en de vakbonden. Vanaf dat moment stegen de lonen van de werkende bevolking niet langer mee met de toenemende arbeidsproductiviteit en bedrijfswinsten.
De opbrengst van de hogere arbeidsproductiviteit is sinds de jaren ‘80 vrijwel volledig ten goede gekomen aan de bedrijfswinsten. Zie het artikel Werk↓ op deze website
Bekijkenpingback
De kosten voor levensonderhoud stegen ondertussen gewoon door. Mensen gingen zich dieper in de schulden steken om hun levensstandaard op peil te houden.
De leer van Hayek en Friedman werd steeds populairder. De meeste regeringsleiders geloofden erin en zelfs partijen die voorheen socialistisch waren, gingen deze ideeën nu uitdragen.
Velen wijzen het neoliberale beleid aan als de oorzaak van de huidige depressie. Volgens de econoom Paul Krugman heeft de deregulering van de financiële sector tot de crisis geleid. “Reagan did it”, schrijft hij in een column in de New York Times.
Paul Krugman, Moral decay? Or deregulation? The New York Times 30/09/09
Bekijkenpingback

Gene J. Koprowski, Krugman: Reagan Deregulation Caused 2008 Crisis, NewsMax 17/12/09
Bekijkenpingback

Ook in Nederland wordt het neoliberale dereguleringsbeleid als oorzaak van de crisis aangewezen, bijvoorbeeld: Maarten van Rossem, Een eind aan het neoliberalisme, Maarten! Historisch Nieuwsblad 9 (2008)
Bekijkenpingback

Maarten van Rossum, Kapitalisme zonder remmen

Niels Jongerius en Daan Brandenbarg, Kredietcrisis: De mislukking van het neoliberalisme, Blikopener SP Rood
Bekijkenpingback

Joseph Stiglitz, een andere invloedrijke Amerikaanse econoom, wijst ook beschuldigend naar het neoliberale beleid van de overheid.
Joseph Stiglitz, Capitalist Fools, Global Policy Forum 01/09
Bekijkenpingback

Joseph Stiglitz, The Anatomy of a Murder: Who Killed America's Economy? Columbia University 13/07/09
Bekijkenpingback

Omdat de financiële sector veel te veel vrijheid had gekregen, ging het in 2007 en 2008 zo verschrikkelijk mis.
Bijvoorbeeld de Glass-Steagall Act die het speculeren van banken aan banden had gelegd, werd stap voor stap afgebroken en in 1999 definitief afgeschaft. Frontline, The long demise of Glass-Steagall 08/05/03
Bekijkenpingback
De bevolking werd de dupe: meer werkloosheid, stagnerende lonen, veel onzekerheid, hoge schulden en afnemende publieke en sociale voorzieningen. Ondanks het overduidelijke verband tussen het extreme dereguleringsbeleid van de laatste 30 jaar en de huidige economische problemen heeft het neoliberale denken niets aan kracht ingeboet. Integendeel, het lijkt steviger op de kaart te staan dan ooit.
Neoliberalisme als sociale en psychologische theorie
Het neoliberalisme is niet alleen een economische theorie, maar het zegt ook iets over de samenleving en over onszelf. Het neoliberalisme is een wereldbeschouwing: we leven in een wereld van competitie en concurrentie, werknemers moeten de strijd met elkaar aan en het individu moet zichzelf als onderneming beschouwen.
We worden aangemoedigd om onszelf als een merk te zien. Jelle Hermus, Personal branding, jij bent je eigen merk, So Chicken
Bekijkenpingback

AMAZING WEET JE WEL WIE JE BENT? BRANDING FIRST!
Bekijkenpingback

Competitie en concurrentie worden geromantiseerd en verheerlijkt. Het ondernemende individu wordt voorgehouden ‘succesvol’ te zijn, te ‘winnen’. Sport wordt vaak als voorbeeld gesteld. De filosoof Pierre Dardot en de socioloog Christian Laval schrijven in hun belangwekkende boek over de neoliberale samenleving The New Way of the World (2013) dat sport meer bijdroeg aan het normaliseren van competitie dan de verhalen van economen over gezonde concurrentie.
Pierre Dardot en Christian Laval, The New Way of the World: On Neoliberal Society (2013), p. 281
De neoliberale ideeën over competitie en concurrentie komen niet uit de lucht vallen. Ze hebben een oorsprong in het sociaal darwinisme van de Britse socioloog en filosoof Herbert Spencer (1820-1903).
Pierre Dardot en Christian Laval, The New Way of the World: On Neoliberal Society (2013), p. 28
Neoliberalen beroepen zich niet graag op hem, omdat het sociaal darwinisme lange tijd een slechte reputatie had door de experimenten die het nazisme op grond van deze theorie uitvoerden. Maar Herbert Spencer was eind 19e eeuw een van de invloedrijkste liberale intellectuelen. Van hem was de term ‘survival of the fittest’: het is een wetenschappelijk feit dat de sterksten overwinnen. Wedijver is de basis voor een gezonde samenleving, zegt het neoliberalisme Spencer na.
Naast competitie en concurrentie zijn individualisme en vrijheid centrale begrippen binnen de neoliberale moraal. We zijn allemaal separate individuen en we zijn vrij om te kiezen wat we willen. Het klinkt prachtig, maar deze uitgangspunten betekenen ook dat je zelf verantwoordelijk bent voor je succes. De eisen die aan het individu gesteld worden, liggen ondertussen steeds hoger. We worden aangezet om het ‘hoogst haalbare’ te bereiken, ‘onszelf te overstijgen’, ‘grenzen te doorbreken’. Excelleren wordt een plicht. ‘We are the champions’ is het overwinningslied van de sporters. Verliezen is geen optie: ‘no time for losers’.
Pierre Dardot en Christian Laval, The New Way of the World: On Neoliberal Society (2013), p.283
Degenen die geen succes hebben komen in de problemen. Als je faalt heb je dat aan niemand anders te wijten dan aan jezelf. Hoogleraar wetenschapstheorie Trudy Dehue noemt dit de ‘verplichte vrijheid’ van de neoliberale samenleving.
De kreet is bedacht door de Britse socioloog Nikolas Rose. Wilma de Rek, 'We zijn die neoliberale moraal een beetje zat', De Volkskrant 17/09/11
Bekijkenpingback

Zie ook de aflevering Vrijheid uit de serie Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap, VARA 25/07/12
Bekijkenpingback

Een voorbeeld van de neoliberale ideologie is hoe we nu tegen werkloosheid aankijken. Werkloosheid is altijd een sociaal-maatschappelijke kwestie geweest. Omdat er niet genoeg betaald werk is voor iedereen, is het niet meer dan redelijk dat werklozen een uitkering ontvangen. De neoliberale opvatting over werkloosheid is een heel andere: als iemand niet aan de bak komt, doet hij iets helemaal fout. De werkloze is zelf verantwoordelijk. Het past in dit plaatje dat de werkloosheidsuitkeringen omlaag gaan: werkloosheid mag niet ‘beloond’ worden. Een uitkeringstrekker moet zich schamen.
Volgens de neoliberale moraal moeten we niet alleen hard zijn voor anderen, maar ook voor onszelf
Volgens de Franse filosoof Loïs Wacquant leidt de neoliberale ideologie niet alleen tot stigmatisering, maar zelfs tot criminalisering van werklozen en uitkeringsgerechtigden. In zijn boek Straf de Armen (2006) schrijft hij dat de armen zo langzamerhand als misdadigers worden behandeld. De flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft tot gevolg dat de banen aan de onderkant steeds slechter betaald worden en geen enkele bestaanszekerheid meer bieden. Ook krijgen de laagstbetaalden nauwelijks respect meer. Mensen die rebelleren tegen deze sociale omstandigheden en bijvoorbeeld de kleine criminaliteit ingaan omdat ze geen andere optie zien, worden veroordeeld en opgesloten. Wacquant schrijft: zo worden de ‘overtollige delen van de arbeidersklasse (...) fysiek geneutraliseerd’.
Loïs Wacquant, Straf de Armen (2006), p.15
De theorie van Wacquant is voornamelijk gebaseerd op onderzoek in de Verenigde Staten. Maar ook in ons eigen land is al iets van deze tendens te bespeuren. Van veel werklozen wordt tegenwoordig een tegenprestatie gevraagd. Die tegenprestatie wordt onder dwang opgelegd. Als je niet meewerkt of je hebt te veel commentaar wordt er gedreigd met een strafkorting. De eerste negen maanden van 2013 legde de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen (DWI) 1.274 strafkortingen op. De Groningse hoogleraar sociale zekerheidsrecht Gijsbert Vonk stelt vast dat “het onderscheid tussen criminelen met een taakstraf en bijstandsgerechtigden dreigt te vervagen.”
Jonathan Witteman, 'Vernederende' klusjes voor Amsterdammers in bijstand, De Volkskrant 24/12/13
Bekijkenpingback
De neoliberale moraal is meedogenloos. We hebben in de jaren ’70 en ’80 even een wat zachtmoediger samenleving gekend. Maar zachtmoedigheid is nu een negatief woord, zegt Trudy Dehue in een interview in de Volkskrant.
Wilma de Rek, 'We zijn die neoliberale moraal een beetje zat', De Volkskrant 17/09/11
Bekijkenpingback
Zelfs traditioneel linkse partijen staan nu een keiharde aanpak van werklozen en uitkeringsgerechtigden voor.
Liesbeth Wytzes, Andrée van Es noemt vroegere ideeën 'verkeerd' en 'bizar', Elsevier 02/11/11
Bekijkenpingback
Volgens de neoliberale moraal moeten we niet alleen hard zijn voor anderen, maar ook voor onszelf. Volgens de Vlaamse psycholoog Paul Verhaeghe maakt het neoliberalisme ons ziek.
Paul Verhaeghe, Nieuwe beroepsziektes en (gebrek aan) solidariteit, De Wereld Morgen 04/11/13
Bekijkenpingback
Door de enorme prestatiedruk ontstaat stress. Chronische stress verhoogt het cortisolniveau in het bloed met allerlei aandoeningen als gevolg: hartritmestoornissen, hoge bloeddruk, spijsverteringsmoeilijkheden, slaapproblemen, etc. Mensen wordt voortdurend verteld dat ze zichzelf moeten verbeteren. Als hun project niet slaagt, rekenen ze dit zichzelf aan. Hierdoor worden depressies in de hand gewerkt.
Trudy Dehue legt dit uit in de aflevering Vrijheid uit de serie Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap, VARA 25/07/12
Bekijkenpingback
De neoliberale moraal sluit naadloos aan bij de huidige politieke en economische ontwikkelingen. De norm is ons opgedrongen en wij hebben die geïnternaliseerd. Zo komt ons gedrag precies tegemoet aan wat de parasitaire sector van ons wil.
De neoliberale ideologie is niet gezond voor onszelf en ook niet voor de samenleving. Onze waarneming en ons denken worden beïnvloed door de theorie dat de mens van nature door en door individualistisch en competitief zou zijn. Nieuw wetenschappelijk onderwijs bewijst het omgekeerde: we zijn juist gericht op solidariteit en samenwerking.
Martin Nowac van Harvard met Supercooperators: The mathematics of evolution, altruism and human behaviour (2011), Canongate Books, Londen en Mark Pagel met Wired for Culture: The natural history of human cooperation (2012), Ed. Allan Lane, Pinguin Books. Ook het onderzoekswerk van Michael Tomasello, codirecteur van het Max Planck Instituut voor evolutionaire antropologie en psychologie in Leipzig, is baanbrekend
Bekijkenpingback

“Samengevat luidden de hedendaagse wetenschappelijke bevindingen dat niet hebzucht, maar wel altruïsme en gerichtheid op samenwerking in eerste instantie kenmerkend is voor de menselijke natuur.” Dirk Van Duppen, Welke identiteit voor de 99 %? Marxistische Studies nr. 101, (2013)
Bekijkenpingback

Lees ook mijn artikel Zelfzuchtig of saamhorig? voor nog meer voorbeelden
Bekijkenpingback

Hoog tijd om af te rekenen met de neoliberale indoctrinatie.
Schrijf een reactie

Je mailadres blijft geheim
Je naam en mailadres zijn verplicht
Publiceer

  1. Alexander Nijman  30 juli

    Neoliberalisme zal uiteindelijk tot revolutie en oorlog leiden. Als je een onderklasse krijgt die als crimineel behandeld en gezien wordt omdat ze werkeloos zijn zal dit kwaad bloed zetten!

  2. Lawrence  16 maart

    Dit artikel beschrijft neo-liberalisme vanuit het oogpunt van een neo-communist. Alles aan neo-liberalisme is slecht, al wat socialisme is, is dan wel goed. Wat een onzin.

  3. Mia Molenaar  15 maart

    Neoliberalisme is inderdaad een begrip dat veel verwarring oproept. In dit artikel is ervoor gekozen om deze economische theorie vanuit een historische invalshoek te benaderen. In de tweede helft van het artikel wordt ingegaan op het neoliberalisme als sociale en psychologische theorie.

  4. Arne  25 februari

    Uit wikipedia: “Neoliberalisme was oorspronkelijk het streven naar een gereguleerde markt, waarbij marktinvloeden gecombineerd worden met overheidsinvloeden.”

    Een duidelijke definitie van het neoliberalisme ontbreekt in het betoog. Neoliberalisme is een zogenaamd “essentially contested concept” oftewel in het Nederlands: wezenlijk betwist begrip. Dat is een begrip of concept dat onvermijdelijk eindeloze discussies met zich meebrengt over het juiste gebruik en de juiste interpretatie. Dus begin eens met een duidelijke definitie.

  5. Alberto  25 februari

    Voor het geval dat er meer misverstanden ontstaan over het libertarisme, hierbij wat leesvoer https://nl.pinterest.com/lpalmelo/
    Libertariërs zijn tegen neoliberalisme en neocommunisme, voor een kleine overheid, decentralisatie van macht, tegen corporatisme, voor directe democratie met oog voor het individu etc. Veel leesplezier!

VOLG MIJ
ZOEKEN